De archeologie van de Tweede Wereldoorlog

Roden

Historische bronnen en ooggetuigenverslagen geven ons informatie over wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd is.

Voegt archeologisch onderzoek dan nog iets toe aan deze kennis? Archeoloog Ivar Schute geeft op donderdagavond 20 april een lezing over dit onderwerp in het Drents Archief. De lezing begint om 19.30 uur, de entree is euro 5. Aanmelden is noodzakelijk via info@drentsarchief.nl of 0592 313523. De laatste tien jaar is in Nederland de archeologie van de Tweede Wereldoorlog ingebed geraakt in de reguliere archeologische monumentenzorg. Er wordt meer en meer archeologisch onderzoek gedaan naar linies, slagvelden, stellingen en kampterreinen. In Drenthe is Kamp Westerbork daar een goed voorbeeld van. Geheel vanzelfsprekend is dit niet, al is het maar vanwege vele praktische problemen. Tot op de dag van vandaag spitst de discussie in de vakwereld zich met name toe op de wetenschappelijke meerwaarde van dergelijk onderzoek. Voegt onderzoek naar dergelijke sporen en resten iets toe aan onze kennis over een periode waar we schijnbaar alles al vanaf weten?

Blinde hoeken

Het is echter duidelijk dat historische bronnen en ooggetuigenverslagen hun blinde hoeken hebben en dat de archeologie deze kan opvullen. Bovendien is de betekenis van dergelijk archeologisch onderzoek ook een maatschappelijke. Opgravingen trekken veel aandacht en resultaten worden ingebed in de herinneringscultuur. Al deze aspecten zullen in deze lezing toegelicht worden. Ivar Schute is projectleider bij archeologisch onderzoeksbureau RAAP. De lezing wordt gegeven in het kader van de nieuwe Geschiedenis van Drenthe, twee standaardwerken over geschiedenis en archeologie, die dit jaar verschijnen. Foto Ivar Schute, RAAP

Auteur

Albert-Jan Garama