Wonen

Het zit al tijden in de pen om een bezoek te brengen aan kennissen die een oud huis hebben gekocht, dit met de bedoeling het op te knappen volgens eigen inzichten en verlangens.

Met beloftes duurt het soms wel erg lang voordat ze ingelost worden. Tenslotte komt het er dan toch van. Vol trots tonen de bewoners van het pand, die er inmiddels al langere tijd wonen, hun huis. Ze leiden me van het ene vertrek naar het andere, wijzen met gepaste vreugde naar hun verworven bezittingen en stralen bij de gedachte dat ze toch maar geluk hebben gehad.

Ik probeer te kijken met hun ogen, maar wat ik zie is een oud huis waar de mogelijkheden tot verandering dik opgetast liggen, maar ondertussen verborgen blijven onder het verlangen van de bewoners. Vanzelfsprekend klinkt mijn oh en ah bij hun enthousiasme luid en duidelijk, want ik ben blij voor hen.

Huiswaarts gaande peins ik over de menselijke eigenschap om, vol van dromen en verlangens iets nieuws te beginnen, tenslotte te blijven steken bij waar het begon. Waar komt dat vandaan, om een realisatie van die droom toch niet waar te maken? En ik betrap mezelf op enige meewarige gevoelens over zoveel uitstelgedrag. Domoren! Om vervolgens haastig op deze meewarige schreden terug te keren. Immers, op de keper beschouwd doet bijna niemand het anders. We wonen op een prachtige aarde, vol verlangen om haar bewoonbaar te houden voor ieder schepsel. Maar ondertussen laten we de hele boel verslonzen en vergeten we de handen uit de mouwen te steken om iets van die droom waar te maken. Politiek economische systemen, het verlangen van onze geloofsgemeenschappen om de schepping te behoeden … Wat komt er van terecht als niemand daadwerkelijk iets doet? Blijven we liever bij de plannen toeven dan de uitdagende handschoen om te komen tot een duurzame samenleving op te pakken?