Kijken of zien

Zo op het eerste gezicht (over kijken en zien gesproken) lijkt er weinig verschil tussen deze woorden. Immers, als je ergens naar kijkt zie je iets. En als je iets ziet, kijk je ergens naar. Maar kijken is een actief gegeven, en zien is passief. Nou en? Wat maakt het verschil dan?

Het is opvallend hoeveel mensen een blinde vlek ontwikkelen in hun manier van kijken. Dat geldt niet alleen voor het individu, maar ook beroepsgroepen kunnen hier last van hebben. Bij de recherche wordt er soms gesproken van een ‘tunnelvisie’, bij wetenschappers dat ze slechts oog hebben voor maar één uitkomst (datgene wat ze graag willen zien), en bij ons gewone stervelingen spreken we van een blinde vlek. Met andere woorden: soms is een mens zodanig overtuigd van het eigen gelijk, dat men geen oog meer heeft voor een andere zienswijze die misschien even veel waard is. Echt goed kunnen zien is essentieel in het leven.

En nu bedoel ik natuurlijk niet het letterlijke zien! Niet wat onze ogen waarnemen. Nee zeg, dat zou diegenen die blind geboren zijn of zeer slechte ogen hebben ernstig tekort doen! Waar het om gaat: is kunnen doorzien wat ten diepste belangrijk is in het leven. ‘Blindheid’ hiervoor wordt voornamelijk ingegeven door angst om de realiteit onder ogen te zien, of wordt in de weg gestaan door vooroordelen die zuiver leren kijken onmogelijk maken. De grote vraag aan mensen is: durf jij de realiteit onder ogen te zien? Durf je je eigen visie ter discussie te stellen om zodoende een iets groter blikveld te ontwikkelen? Kan de ene mens de ander zien staan en accepteren zoals hij of zij is?

Kan een blinde ziende worden? Binnen de geloofsgemeenschappen cirkelen daarover wonderlijke verhalen. Verhalen die uitnodigend vragen of dat wonder bestaat.


Auteur

Foekje Dijk, Vrijzinnig Assen