Luchtig strijdplan bij chemo

Assen

Ester Hartholt wilde zich goed voorbereiden op haar chemotherapie, maar kwam terecht in een oerwoud van informatie: te technisch, te lang, te treurig, te zweverig… Ze besloot ‘Chemo – wat nu?’ te schrijven, een boekje met 15 praktische tips.

Iets meer dan een jaar geleden voelde Ester Hartholt (53) een knobbeltje bij haar borst. Het bleek kanker. Maar het duurde even voor de ernst van de situatie tot haar doordrong. “Ik ben docent Engels aan het Noorderpoort bij de opleiding Zorg en Welzijn. Toen me de uitslag werd verteld in het Martini, zei ik: ‘Prima, dan kan ik na de operatie 6 september weer voor de klas staan.’

“’Hoort u niet goed wat wij zeggen?’, zei de verpleegkundige, die naast de arts zat. Toen werd ik een beetje stil. De arts legde uit dat het nog wel een heel traject zou worden. Heel langzaam kwam dat bij me binnen.”

Er zou in eerste instantie alleen geopereerd worden, met aansluitend een hormonentherapie. Chemotherapie kwam nog niet ter sprake. “Daardoor voelde ik ook wel wat optimisme, want dan sta ik rond de kerst wel weer voor de klas, dacht ik. Maar na de operatie werden mijn tissues opgestuurd naar het lab, en op basis van die uitslag wilden ze dat ik toch een chemo-traject inging. Omdat er een enigszins verhoogd risico was dat het weer terug zou keren. Mijn eerste reactie was: ik dacht het niet.”

‘K’
“Ik wist dat je bij chemo echt ziek gemaakt wordt. Ik zag vooral op tegen het misselijk worden. Ik vroeg een second opinion bij het UMCG. Die arts nam anderhalf uur de tijd voor me. Ze zette alle plussen en minnen op een rij. Uiteindelijk kwam het neer op de vraag: slaap je rustig met de wetenschap dat je een verhoogd risico hebt dat het terugkomt, ook al is die kans klein?” Het trok Hartholt over de streep om toch te kiezen voor chemotherapie.

“Toen dacht ik: nu moet ik me ook goed voorbereiden. Van het ziekenhuis kreeg ik foldertjes en een pak papier, maar dat las bijna als een bijsluiter met daarin een opsomming van alle dingen die je kunnen overkomen. Bij de bibliotheek hadden ze wel allerlei boeken over ‘K’ maar niet over het hele chemotraject, dus wat het met je doet enzovoort. Terwijl ik had verwacht: dat boek haal ik even. En op het internet zag ik door de bomen het bos niet meer. Als je sommige informatie mag geloven, dan is chemo helemaal niet nodig en kun je het ook met groentesapjes aanpakken.”

Fabriek
“Daarna heb ik aan mensen gevraagd in mijn omgeving: ken jij iemand die chemo heeft gehad en met wie ik contact kan opnemen? Ik had zo zeven nummers te pakken, dat had ik niet verwacht. Van hen kreeg ik tips, zo van je moet hier en daar op letten, bijvoorbeeld: drink twee liter water, want dat is goed voor je nieren.”

“Maar dat er niet een overzichtelijk boekje was met dit soort praktische tips, bleef me verbazen. Zeker als je ziet hoeveel mensen dit moeten ondergaan. De eerste keer dat ik bij het UMCG een chemobehandeling kreeg, was ik zo onder indruk van de massaliteit. Al die mensen die naast elkaar liggen met een infuus in hun arm. Als na 2,5 à 3 uur iemand klaar is, wordt meteen nieuw lakentje erop gedaan en gaat de volgende erop. Er hangt een hele stille sfeer. Het heeft haast iets van een fabriek. Het was een grote overgang vanuit de vrolijke levendigheid in de klassen waarin lesgaf.”

Regie
Vanuit haar vak als docent had Hartholt vanzelfsprekend al ervaring met het overbrengen van informatie en daarnaast ook met het schijven van lesmateriaal. Ze besloot die vaardigheden in te zetten om dan maar zelf het boekje te schrijven wat ze graag had willen lezen. “Het is eigenlijk een boekje voor praktische dingen in het dagelijkse leven. In de zin van: hoe doe je dat allemaal thuis, hoe loopt alles goed door, hoe kun je je goed voorbereiden?”

“Het zijn 15 tips die elk met een werkwoord beginnen, bijvoorbeeld: koop een thermometer of neem tijd voor jezelf. Vervolgens wordt uitgelegd ‘waarom.’ Dat geeft je het gevoel van regie, dat je zelf iets kan doen. Dat gevoel heb je niet als het alleen maar een opsomming is van bijwerkingen. Zo wordt het meer benaderd vanuit een actieve houding dan dat het je overkomt als een lam schaap.”

“Het lettertype is vrij groot en er is zo weinig mogelijk tekst. Ik weet dat tijdens een chemo lappen tekst moeilijk zijn te behappen. Elk woord is afgewogen en ik heb geprobeerd de toon luchtig te houden. De illustraties van Jon Gardella dragen hier ook erg aan bij.”

Wennen
Hartholt heeft uiteindelijk vier chemobehandelingen ondergaan en is kankervrij. “Het gaat nu goed met mij. Maar het is niet zo van: je bent genezen, punt. Ik heb een jaar lang in een medisch cocon gezeten, dat krijg je niet zomaar uit je systeem. Je denkt al snel als je een pijntje voelt: zou het…?”

“Ook heb ik, zoals veel mensen die chemotherapie hebben gehad, last van neuropathie. Dat houdt in dat de zenuwuiteinden in vingertoppen en voeten pijnlijk zijn. Soms herstelt dat en soms niet, daar zit ik nog middenin. Daarnaast vind ik het eerlijk gezegd ook best wennen dat ik sinds kort geen pruik meer hoef te dragen. Mijn nieuwe haar krult een beetje, ze noemen dat ook wel chemohaar.”

In september gaat Hartholt weer voor de klas staan. “Ik had altijd een hele energieke manier van lesgeven. Maar of ik straks op een iets andere manier les moet gaan geven, dat is afwachten. Ik heb er zin in en het is tegelijk ook wel spannend.” Ter inspiratie kan Hartholt af en toe haar eigen boekje erbij pakken en het motto voorin lezen: ‘We cannot direct the wind, but we can adjust the sails.’

‘Chemo- wat nu?’ is verkrijgbaar in de (online)boekhandel.

Tekst: Arjen J. Zijlstra


Auteur

arjan.brondijk