Bont | Column Foekje Dijk

ASSEN

Nee, dit wordt geen verhandeling over al of niet gedogen van bontkwekerijen of de ethische kant van het dragen van een bontjas of anderszins kledingstuk. Nee, ieder voorjaar strijkt in mijn tuin op een gegeven moment de bonte vliegenvanger neer. Een mooi donker vogeltje met witte veerpennen.

Ieder jaar rond dezelfde tijd, evenzovele keren altijd weer een verrassing. Waar één zwaluw nog geen
zomer maakt, is de aankomst van de bonte vliegenvanger de voorjaarsbode bij uitstek.
Ook dit voorjaar streek de nijvere zanger weer in de eik achter op het erf neer. Je hoort hem eerder
dan je hem ziet. Want het beestje is nog niet ingevlogen of hij zet het op een zingen.

De vliegenvangerman is altijd eerder dan de vliegenvanger vrouw, hij annexeert een nestkast en dan kan
mevrouw maar komen. Dat valt niet altijd mee. Ooit floot de vliegenvanger een vrouwtje binnen een
week naar zich toe, soms duurt het wat langer. Maar dit voorjaar maakte meneer het wel erg bont.
Of misschien moet ik zeggen dat mevrouw het erg bont maakte, door zo lang op zich te laten
wachten! Meer dan zes weken heeft ‘onze’ bonte vliegenvanger de sterren van de hemel gezongen
voordat er zich een vrouwtje bij hem voegde. Niet alleen zong hij de sterren van de hemel, ook werd
ik er zelf bijna tureluurs van (om bij vogels te blijven). Iedere dag zijn indringende liedje,
onverminderd hartstochtelijk.


Ondanks het feit dat ik er bijkans gek van werd, dwong het diertje ook veel bewondering en respect
af. Zes weken lang verlangen uitzingen, blijven hopen en vertrouwen dat eens … Dit zangerige,
onweerstaanbare pleidooi van hoop, daar kun je als mens nog wat van leren! Het geduldig wachten
op, in plaats van opgeven omdat het niet onmiddellijk naar je toe komt. Dat geduld. Probeer dat
maar eens op te brengen.

Foekje Dijk
Vrijzinnig Assen


Auteur

marielle.de.vries