Een theateravond vol gelach, genot en troost - Tip van DNK

ASSEN

De jury van het Amsterdams Kleinkunst Festival gaf Raf en Mich Walschaerts in 1989 duidelijk te verstaan dat ze het als duo niet zouden gaan redden. Kiki Heessels werd uitgeroepen tot winnares, gevolgd door Daphne de Bruin en Erven de Wit. Van hen hebben we weinig meer gehoord, van de jury evenmin.

En Kommil Foo? Dat hoort bijna dertig jaar na dato tot het beste dat onze zuiderburen ooit op cabaretgebied hebben voortgebracht (en dat wil wat zeggen!). In het indrukwekkende oeuvre van de broers vechten lach en ontroering om voorrang. Een greep uit de commentaren door de jaren heen:

‘Overweldigende theatermakers’ (Trouw over ‘Bek’ uit 1999), ‘Superieur totaaltheater’ (AD over ‘Spaak’ uit 2005) en “Timing tot in perfectie” (NRC Handelsblad over ‘Breken’ uit 2012).

De mannen zijn niet alleen goede cabaretiers, maar ook puike acteurs, verhalenvertellers en muzikanten. Humor en tragiek gaan vaak hand in hand in hun grote verhalen over kleine mensen, waarbij ze de lach om een maffe sketch moeiteloos over laten gaan in ontroering om een prachtig lied. ‘Kommil Foo bedrijft het vak met prikkelende, bezienswaardige wellust’, schreef Dagblad van het Noorden al eens.

In 2016 kwamen de broers voor het eerst de grens over met ‘Schoft’, waarin ze als vanouds inspiratie vinden in het thema dat als een rode draad door al hun producties loopt: de mens die met moeite overeind probeert te blijven, toch struikelt en telkens weer de moed vindt om op te staan. Om vervolgens opnieuw te struikelen. Het leven zelf is hier de schoft. Het slaat, het schuurt en het ergst van al: het eindigt. Kommil Foo laat zien dat dit besef troostend is. En om te lachen, dat zeker! ‘De losse scènes worden bij elkaar gehouden door de opvatting dat we de schaarse menselijke warmte moeten bundelen om er nog iets van te maken.’ (de Volkskrant *****)

En bij deze laatste woorden sluit ik me maar al te graag aan!


Auteur