‘Het lyriet maar door’

Assen

Taalwever Egbert Hovenkamp II draagt gedurende de hele maand mei het gedicht Mei van Herman Gorter voor. Een unieke prestatie.

ASSEN - Het is stipt 12.30 uur als Egbert Hovenkamp II begint aan zijn bijna dagelijkse ‘portie Gorter’. Eind 19e eeuw schreef Herman Gorter het lyrisch epos ‘Mei’, een 4381 verzen tellend liefdesdichtwerk. Gedurende de maand mei draagt taalwever Egbert Hovenkamp II het gedicht in zijn geheel voor. Bijna elke doordeweekse dag, een half uur tussen de middag. Plaats van handeling: Kunstplaza Schurer op de bovenste etage van warenhuis Vanderveen in Assen. Op 1 mei begon Hovenkamp II aan zijn marathon. Een nieuwe lente en een nieuw geluid: Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht, In een oud stadje, langs de watergracht “Voor zover mij bekend is dit gedicht nog nooit in zijn geheel door één persoon voorgedragen. Ik vind het zo rijk aan sprookjesachtige dartelende beelden”, zegt Hovenkamp II, “Ik ben heel blij dat ik na jaren van ‘denken aan’ van Johan de kans krijg om dit te doen. Voorbij, voorbij, de wei werd als een hei, Donkerder grond, en zonlicht's melodij Onhoorbaarder aldoor, een groote avond Dommelend opdoemend, met duister lavend Voor Johan Schurer is het vrij logisch om Hovenkamp II een podium te bieden voor deze marathon. “Deze performance van Egbert is van hoog niveau, net als onze kunstcollectie die bestaat uit werken van beroepskunstenaars”, zegt Schurer, “Ik vind het prachtig hoe beide samen komen tot een prachtig evenement!” Acht mensen zijn deze middag op de voordracht van Hovenkamp II afgekomen. Een goede opkomst als je het vergelijkt met andere dagen wanneer soms maar twee of drie liefhebbers aanwezig waren. “Tsja, die belangstelling”, zegt Hovenkamp II, “de mensen die wel zijn geweest hebben het ervaren als wondermooi. ‘Verbijsterend’ zei iemand zelfs. In Assen kun je dit verwachten en dat bedoel ik niet cynisch.” Ze was zoo vol van hem zoo als met wadem Van nevel is een bosch op herrefstdag. Anders beweegt er niet in en de dag Kent niet dan mistbeweging, mistgeluid. ,,De eerste keer waren er best veel mensen”, vervolgt Hovenkamp II, “Maar het gaat mij om wat ik aan het doen ben. Ik doe het veel meer voor de performance dan dat het mij gaat om te scoren.” Wel vindt Hovenkamp II dat het meer publiek zou moeten trekken. ,,Het is een uniek gebeuren dat ik dit gedicht in zijn geheel voordraag.” Desondanks geniet Hovenkamp II met volle teugen van het voordragen van het epische gedicht van Gorter. ,,Ja, heel erg, mede en vooral omdat er een taal door me mag stromen die we niet meer spreken: lyrisch en betoverend.” Daar stond een jonger vrouwbeeld opgericht, Daar was het licht van zuiderzon, 't gezicht Bloeide van bloed, de voeten stonde' in bloemen. Een vinger op den mond en winde' als droomen Vloeiende om haar, zacht vloog 't blonde haar ,,Het lyriet maar door. Ik vind dit prachtig om te doen”, zegt Hovenkamp II. Het gedicht is hem dan ook op het lijf geschreven. Het past hem als een ouwe jas. Zijn dragende stem die ook maar door lyriet. En Hovenkamp II draagt niet alleen voor met zijn stem. Zijn handen en zijn hele lijf doen mee. Als hij ‘Dat het duister schudde’ reciteert, schudt zijn hele lijf mee. Met zijn handen in de lucht vervolgt hij zijn voordracht: Zooals de bergen, als de aarde schokt. Ze waren zwaar gearmd en zwaar gelokt, Ademden nevels, zelve nevelig Na een klein half uur is het alweer voorbij. Hovenkamp II dankt de aanwezigen. “Het klinkt misschien wat egocentrisch, maar als ik voordraag ‘is er niemand’. Pas na de laatste regel kijk ik op. Ik heb mezelf opgelegd te stoppen in het kader van de performance, maar er staat geen punt.” Het meesterwerk eindigt pas na ruim vierduizend verzen. Zover is Hovenkamp II nog niet. Pas op woensdag 31 mei zal hij de laatste dichtregels van ‘Mei’ uitspreken: Ik groef een graf waar golven komen toe- Dekken het zand en legde haar daar neer, Daarover zand: de golven komen weer En dalen weer met lachen of geschrei Daar ligt bedolven mijne kleine Mei. Maurice Vos Foto Maurice Vos

Auteur

Albert-Jan Garama