Hoe Tamar Walma van der Molen - de Vries Bergen-Belsen overleefde

Assen

Kampoverlevende Tamar Walma van der Molen- de Vries vertelt 26 maart haar (familie-)verhaal in het museum van Kamp Westerbork.

In januari 1943 komt ze als baby met haar broer, ouders en oma in kamp Westerbork terecht. Tamars vader besloot wegens zijn geloofsovertuiging het gezin niet onder te laten duiken en stond zelfs het smokkelen van zijn twee kinderen uit de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam in de weg. De overtuiging van de vader van Tamar was gevormd door zíjn vader, rabbijn S. PH. De Vries, de bekende rabbijn van Haarlem. Hij geloofde dat de gang naar de kampen een beproeving was, die zou leiden naar de bevrijding van het Joodse volk. Na een verblijf van ruim een jaar in kamp Westerbork wordt het gezin De Vries op transport gezet naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Uit dit kamp herinnert Tamar zich vooral, dat haar broer altijd stevig haar hand vasthield omdat hij op haar moest passen. Opa en oma komen om in Bergen-Belsen. Tamar, haar ouders en broer worden uiteindelijk in de buurt van Tröbitz door de Russen bevrijd en keren pas laat in de zomer van 1945 terug in Nederland. Tamar Walma van der Molen – de Vries vindt het belangrijk om haar familieverhaal uit te dragen. Dat doet ze ook regelmatig op scholen. Het is voor haar niet alleen een eerbetoon aan haar grootva-der, maar geeft ook vorm aan haar zorgen over het huidige antisemitisme. Bij haar vertelling in het Herinneringscentrum zal ze ook gedichten voorlezen die haar oom, Eli Dasberg, schreef. Na afloop van haar vertelling, die begint om 14.00 uur op zondag 26 maart aanstaande in het museum van Kamp Westerbork, beantwoordt Tamar Walma van der Molen- de Vries graag vragen uit het publiek. De toegang voor de lezing is bij de entree voor het museum inbegrepen.

Auteur

Albert-Jan Garama