Reint Wobbes over Groninger kerkhoven en begraafplaatsen

Assen

Afgelopen donderdag 29 september had de “Historische Vereniging Tinaarlo” haar eerste bijeenkomst van het nieuwe seizoen.

De voorzitter Fenno Scheeringa heette de leden en belangstellenden hartelijk welkom en had de volgende mededelingen: -Het nieuwste boek “Tynaarlo, Drents dorp door de eeuwen heen” is ook vanavond te koop. -We zijn druk bezig met een historische GPS wandelroute door het dorp Tynaarlo. -We doen weer mee met de Rabobankclubcampagne en stemmen op onze vereniging zijn welkom. -Tenslotte deed hij een oproepje aan mensen, die mee willen helpen om oude graven op te knappen in Vries. Wij kregen het verzoek van de Historische Vereniging Vries en men kan zich ook daar aanmelden. Deze oproep was een mooi bruggetje naar de lezing van dhr. Wobbes. Hij heeft voor het eerst in 1992 zo’n werkgroep opgezet en begeleidt nu veel van deze groepen. “Er is een enorme sociale cohesie, als er 50 á 60 mensen met elkaar bezig zijn om mooie oude graven op te knappen”. Het verschil tussen een kerkhof en een begraafplaats is, dat een kerkhof direct bij de kerk ligt en een begraafplaats ligt van de bebouwing af. Dit is later zo beslist i.v.m. de hygiëne, besmettelijke ziekten en epidemieën. Ook zijn er vroeger mensen in de kerk begraven. Dit waren meestal wel de notabelen van een dorp of stad. Maar dat rook natuurlijk niet al te fris, vandaar “rijke stinkerds”. Sommige kerkhoven zijn compleet geruimd en er is bijvoorbeeld nu een marktplein. Het komt ook wel voor, dat de kerk is afgebroken, maar het kerkhof is nog intact. Dan liggen er zo een aantal graven bij elkaar in een stukje natuur. Ook deze graven knapt men weer op. Een klein deel van een kerkhof werd trouwens maar gebruikt om mensen te begraven. Het grootste deel werd gebruikt voor markten, bijeenkomsten, kermissen, rechtspraak, processies. Hier was het sociale leven van een dorp of stad. Eerder werden mensen ook soms pas na weken begraven, maar in 1869 kwam er een wet, dat de begrafenis binnen 6 dagen moest plaatsvinden om redenen hierboven al genoemd. Je hebt prachtige praalgraven van vooraanstaande families met een smeedijzeren hek en heel veel grafsymboliek. Ook op andere grafzerken heb je van deze symbolen. Bijvoorbeeld in de 17e eeuw de zandloper als teken van tijd die nooit ophoudt. En in de 19e eeuw een slang, die in zijn eigen staart bijt, ook teken van oneindigheid. Verder de lauwerkrans, de vlinder, de flambouw, de treurboom, de geknakte lelie, de treurende engel, hedera, oude man met de zeis. Heel knap uitgehakt in de stenen grafzerken. Vaak deden dit de huisschilders erbij. Knap vakwerk. Ze werden hardhouwers genoemd. Op de begraafplaatsen staan vaak knekelhuizen. Hierin kwamen de botten van graven, die werden geruimd. En lijkenhuisjes. Daarin werden de doden bewaard met een besmettelijke ziekte tot ze werden begraven. In Noordwijk hebben ze een mooi kerkje met nog een kerkhof en van het lijkhuisje hebben ze een museumpje gemaakt. Joden hebben een eenvoudige begraafplaats en worden binnen 24 uur begraven. Vóór 1800 hadden de graven alleen een platte steen. Na 1800 kwam de staande grafzerk erop. Op de achterkant van deze zerken staan vaak de mooiste rijmen. Of er staat een verhaal over het leven van iemand of over hoe diegene is doodgegaan. Soms worden mensen ook op eigen grond begraven. Vroeger gebeurde dit veel bij grote boerderijen. Hoeve Zeewijk is hiervan een voorbeeld. Dhr. Wobbes heeft natuurlijk nog véél meer verteld aan de hand van mooie dia’s. Te veel om allemaal te vermelden. Het is zeker de moeite waard om eens een lezing van hem bij te wonen, zodat u alles te weten komt over dit onderwerp. Onze volgende bijeenkomst is op 1 november a.s. en dan kan iedereen meedoen met de nieuwe Drentse dorpskwis o.l.v. dhr. Jan Weits.

Auteur

Albert-Jan Garama