Zes Hapkidoisten op krijgskunstreis naar Zuid-Korea

Assen

Een zestal Hapkido leraren en zwarte banders gaan 1 oktober een bijzondere reis maken. Zij gaan een aantal grootmeesters bezoeken tijdens een hapkido-festival in Zuid-Korea.

Jelte de Graaf, oprichter van de NHA Hapkido-organisatie: “Door over de hele wereld grootmeesters en meesters te bezoeken en Hapkido-technieken te oefenen wil ik bereiken dat we in Nederland een hoog niveau krijgen of beter gezegd houden. Ik ben 1981 mee begonnen en heb in de loop der jaren naar vele landen gereisd op zoek naar de meest oorspronkelijke en waardevolle vechtsporttechnieken. In 2013 zijn we met acht Hapkidoisten op wereldtour geweest. We zijn langs belangrijke grootmeesters in Canada en Amerika geweest, hebben seminars in Duitsland gegeven en hebben in Engeland geassisteerd bij een aantal dan-graad (zwarte band en hoger) examens. Hapkido is gericht op zelfverdediging; in de eerste lessen leert men vooral losmaak-technieken als je tegen je zin wordt vast gehouden en daarnaast ook val-breken, trap- en slagtechnieken. Bij gevorderden leert men ook klemmen en grepen om de aanvaller onder controle te houden. De vechtsport is een van de twee belangrijkste nationale sporten in Zuid-Korea, samen met Taekwondo. Hapkido wordt over de hele wereld beoefend. In Nederland zijn er niet zo veel scholen en NHA is de grootste organisatie in het Noorden. Het Hapkido-festival wordt georganiseerd voor de grondlegger van de krijgskunst Choi Young Sul(1904/1986), die precies 30 jaar geleden is overleden. We zullen ook zeker naar zijn graftombe gaan om hem te eren. Het woord krijgskunst wordt over het algemeen beter gebruikt, omdat Hapkido geen wedstrijden kent en dus eigenlijk geen vechtsport is. Daarom is het ook niet zo bekend”, aldus Jelte de Graaf, oprichter van Hapkido NHA (7de Dan). Hij is al vaker naar Korea geweest en ofschoon zijn zoektocht naar 's werelds belangrijkste grootmeesters vrijwel voltooid is, blijft Zuid-Korea een hoogtepunt: "Een bijzonder land. Wanneer je daar 's ochtends om zes uur ’s ochtends naar buiten gaat, is er al veel drukte in de straten. Veel Koreanen zijn dan al op weg om te trainen voordat ze ontbijten en gaan daarna pas naar hun werk of studie. Ook ’s nachts is het een en al bedrijvigheid. Bij het gros van de winkels hoef je ’midden in de nacht maar op het raam te tikken en een medewerker doet open; vaak slaapt men in de winkel. Verder zijn er veel culturele verschillen qua omgangsvormen. Mannen raken elkaar meer aan dan in westerse landen en zowel mannen als vrouwen lopen wanneer ze bevriend zijn hand in hand over straat. In gezelschap schenkt men nooit voor zichzelf drinken in, men schenkt juist voor de ander in. Er is een ongelooflijk laag percentage criminaliteit, je hoeft eigenlijk niet eens je fiets op slot te zetten. Men is er bijzonder vriendelijk, eten en slapen op de grond en toiletteren doet men veelal gehurkt”. In de toekomst hoopt De Graaf ook weer grootmeesters naar Nederland te halen.

Auteur

Albert-Jan Garama