Sem Saptenno: 'Ik heb niet het eeuwige leven'

Assen

Sem Saptenno, de 75-jarige trainer van FC Amboina, werkt aan zijn eigen opvolging. “Eigenlijk kan ik het nog niet laten, maar de tijd dringt.”

ASSEN - Het nieuwe voetbalseizoen is ook voor FC Amboina weer begonnen. Even leek het erop dat afgelopen seizoen het laatste seizoen was dat Sem Saptenno trainer was van FC Amboina, maar het bestuur had andere plannen. Op papier is Sem Saptenno nog de trainer, maar in de praktijk heeft hij een andere rol. Otje de Fretes en Richard Haurissa zijn de beoogde opvolgers van de 75-jarige trainer, oud-voorzitter en oprichter van FC Amboina, en Saptenno stoomt hen klaar voor die taak. Dick Advocaat ,,Ik heb niet het eeuwige leven. Dit is mijn laatste periode. Mijn licentie loopt nog tot 2019. Dan stop ik pertinent en moet er iemand klaar staan. Deze periode moeten we daaraan werken. Het bestuur heeft het voor elkaar gekregen om De Fretes en Haurissa bereid te vinden. Uiteindelijk moeten zij het overnemen. Ik wil me er zo weinig mogelijk mee bemoeien. Zij moeten hun eigen ideeën inbrengen. Ik hou me zo gedeisd mogelijk. Op dit moment ben ik een soort Dick Advocaat. Zij doen het veldwerk, zij moeten die ervaring opdoen, maar bij de KNVB sta ik als trainer geregistreerd. In het veld en in de kleedkamer laat ik het aan hun over, tenzij mij het woord gunnen." Tijd dringt ,,Dit jaar doe ik een stapje terug doen. Dat vind ik niet makkelijk, maar het moet gewoon. Er moet opvolging komen. Hoe moeilijk het ook is. Eigenlijk kan ik het nog niet laten, maar de tijd dringt. Als ik een ander het niet gun, dan wordt het niks. Ik heb veertig jaar op het veld gestaan. Ik moet mijzelf inhouden. In die komende drie jaar hebben wij de tijd. In 2019 moet mijn opvolging klaar staan. Dat is ook mijn eigen wens. Toen ik na een aantal jaren afwezigheid weer terugkwam, in 2012, heb ik direct gezegd dat we moesten nadenken over mijn opvolging. Het vorig bestuur was nogal nonchalant. ‘Dat duurt nog zo lang, we zien wel’, zeiden ze. Maar na het uitsluiten van de competitie in 2014-2015 waren we weer een jaar kwijt. De tijd komt steeds dichterbij. Ik heb het nieuwe bestuur ook weer op het hart gedrukt na te denken over mijn opvolging. Ik heb aangegeven dat ik graag zie dat ze jongens zoeken die de opleiding gaan volgen om, als het zover is, het kunnen overnemen." Groei ,,Wij zijn financieel nog niet zo draagkrachtig om iemand van buiten te kunnen halen. Dat moet ook groeien, de vereniging moet groeien, heeft tijd nodig. Je wil wel maar de tijd dringt dan zitten wij met de gebakken peren. Nu hebben we nog de tijd. Voorheen was het zo dat de KNVB het door de vingers zag als Amboina geen gediplomeerde trainer had, maar gezien de situatie 2014-2015, waarbij het oude bestuur misstappen heeft gemaakt, is de KNVB strikter." Grote liefde ,,Of zij volgend seizoen er al klaar voor zijn weet ik niet. Ik heb gezegd dat ze mij tot 2019 kunnen gebruiken. Daarna is het afgelopen. Dat zal niet meevallen, maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Ik ben dan 78. Dan vind ik dat het genoeg is. Ik zal wel betrokken blijven bij Amboina zolang ik fysiek in staat ben. Als klankbord, voor iedereen die zijn ei kwijt wil. Amboina is mijn grote liefde, ja dat is het ook, maar hoe je het ook wendt of keert, ik moet een keer afstand nemen." Wederopstanding ,,Ik mag blij zijn dat ik zo lang Amboina heb mogen beleven. Ik heb de goede tijden, de toptijden van de club meegemaakt, het verval, met als dieptepunt de uitsluiting van de competitie in seizoen 2014-2015. Toen hield ik mijn hart vast. Dat was niet het einde dat ik wenste, maar gelukkig is dat achter de rug. Het huidige bestuur is enthousiast en ambitieus. Je ziet ook dat het publiek weer terug komt. Dat vind ik positief. Het heeft ook te maken met het feit dat de jongens goed voetballen. Daar ben ik trots op. De wederopstanding van Amboina. Ik vind het mooi dat ik dat nog mag meemaken." Op de foto: Saptenno kijkt van een afstand toe hoe zijn beoogd opvolgers de training verzorgen. Foto: Maurice Vos. Maurice Vos.

Auteur

Albert-Jan Garama