De mensen van het WZA - Boudewijn Ponsioen

Assen

In het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) werken ruim 1200 mensen. Wie zijn zij en wat doen ze precies?

In de vijftiende aflevering van deze maandelijkse rubriek spreken we Boudewijn Ponsioen (60), voorzitter van de raad van bestuur, ofwel ‘de baas’ van het WZA. Wat doe je als bestuursvoorzitter? “Ik help de randvoorwaarden te creëren die maken dat de artsen en de medewerkers hun werk goed kunnen doen. Zíj doen het directe werk voor onze patiënten. Daarom vind ik dat ik eigenlijk veel te vroeg aan de beurt ben in deze rubriek.” “In de dagelijkse praktijk voer ik ontzettend veel overleg met mensen binnen en buiten het WZA: met andere zorginstellingen, huisartsen, zorgverzekeraars, burgemeester en wethouders, noem maar op. Omdat ik ook bestuurslid ben van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), ontmoet ik bovendien collega’s uit het hele land, en vergader ik met politici en vakbonden.” “Ik moet goed nadenken over de aanpak van allerlei complexe vraagstukken, zoals: leveren we als WZA voldoende kwaliteit aan onze patiënten, hoe verbeteren we die kwaliteit, hoe krijgen we iedereen mee bij veranderingen? Daarbij is het belangrijk dat ik goed luister naar anderen.” “Overigens bestuur ik het WZA niet in mijn eentje; ik word ondersteund door deskundige directeuren en gecontroleerd door de raad van toezicht.” Wat vind je mooi aan het werk en aan het WZA? “Voordat ik ziekenhuisdirecteur werd, werkte ik bij een zorgverzekeraar. Meer dan toen heb ik nu het gevoel dat ik iets doe wat er écht toe doet: ik draag mijn steentje bij aan goede zorg voor zieke mensen, aan verzachting van leed. Nee, ik zou dit werk niet zomaar in elk ziekenhuis willen doen. Ik heb in 2007 bewust voor het WZA gekozen, vanwege zijn uitstekende reputatie. Het heeft ook precies de goede grootte.” “Ik vind het wel eens jammer dat zorgbestuurders vaak nogal negatief neergezet worden in de media. Natuurlijk is er wel eens iemand verkeerd bezig, maar dat zijn uitzonderingen, de meesten doen gewoon hun best. Zelf probeer ik mijn werk in ieder geval zo goed en transparant mogelijk te doen.” Welke gebeurtenis is je bijgebleven? “Het vervult me met trots als mensen mij aanspreken over hoe goed ze in het WZA behandeld zijn. Zoals een mevrouw die ik ontmoette op een feestje helemaal in de buurt van Deventer. Haar dochter was goed geholpen door onze kinderorthopeed en daar was ze ontzettend dankbaar voor. Van dergelijke reacties word ik blij. Ook als ik meeloop op de ziekenhuisafdelingen – wat ik af en toe doe – kan ik me trots voelen als ik zie hoe betrokken onze medewerkers met patiënten bezig zijn. Dat doen we toch heel mooi met z’n allen, denk ik dan.”

Auteur

Arjan Brondijk