'Terug in München'

ASSEN

In de aanloop naar de Olympische Spelen portretteert het Gezinsblad wekelijks een oud, huidig of toekomstige Olympiër. Deze week roeier en Olympiër Pieter Offens.

,,Ik heb al even geroeid hoor!” Het is half tien ’s ochtends. We zitten op het terras voor het boothuis en de kantine van Roeivereniging Assen. De zon zorgt voor een aangename temperatuur. ,,Ik ben hier regelmatig, Ik ben gepensioneerd en heb de tijd. Op het water is het heerlijk. Tussen de jonge fuutjes. Vanmorgen zag ik nog een moeder eend met acht jongen. Ik zou ze bijna uit het water kunnen pakken. Ze zien je als één van hen, als een watervogel.” Koorddanser De negenenzestigjarige Pieter Offens woonde jaren in Assen en is nog steeds lid van de Asser Roeivereniging. Roeien is zijn lust en zijn leven. Enthousiast vertelt hij daarover. ,,Je bent een koorddanser op het water. Coördinatie, armen, benen, rug, alles speelt mee. Dat is ook het mooie van de roeierij. Met talent, passie en doorzettingsvermogen kun je ver komen, maar dat hoeft niet. Roeien is voor iedereen. Het is ook mooi op het water om vogels te kijken. Ik ben nu zelf ouder, de kracht zakt weg, en ik kan mij niet meer meten met de snelsten. Dat wil ik ook niet meer. Daar wordt je alleen maar depressief van. Ik wil gewoon lekker bewegen.” Offens was drieëntwintig toen hij begon met roeien. ,,Best heel laat. Ik was al in militaire dienst geweest, en had al twee jaar gestudeerd. Ik woonde in Groningen en wilde wel eens kijken bij studentenroeivereniging Aegir. Ik ben op mijn fiets gesprongen en toevallig begonnen ze net met een groep aankomende roeiers. Niet veel later vroegen ze wie wedstrijden wilde roeien. Dat ben ik toen gaan doen.” Omkijken Er vaart langzaam een groot binnenvaartschip voorbij. Schipper met petje op achter het roer. De auto achterop, op het dek. Als roeier moet je altijd wijken voor de beroepsvaart vertelt Offens. Omdat je achteruit vaart moet je dat ook goed in de gaten houden. ,,Het achterom kijken wordt wel lastiger nu ik wat ouder wordt, maar daar heb ik nu een spiegeltje voor.” Metaforisch kijk hij naarmate hij ouder wordt wel steeds meer om, vertelt de negenenzestigjarige Offens. ,,Ik denk wel eens dat mijn roeicarrière een inhaalslag is geweest. Ik had mijn leven lang niet veel gesport. Ik woonde in de Groeve en mijn ouders hadden een dorpsherberg. Als andere kinderen gingen sporten moest ik helpen.” Nationaal Kampioen ,,Het eerste jaar dat ik wedstrijden roeide wonnen we niks, maar het was wel een feest. We roeiden op de Bosbaan en de Amstel in Amsterdam. Het tweede jaar wonnen we wel, tot onze eigen verbazing. We kwamen steeds op een hoger trapje en aan het eind van dat jaar op het hoogste niveau. De roeibond zag ons als een leuke aankomende ploeg. We mochten meedoen met het nationaal kampioenschap en als we een beetje mee konden komen mochten we mee op trainingskamp naar Italië. Maar we deden niet alleen mee, we wonnen!" ,,Als nationaal kampioen mochten we mee naar het Europees Kampioenschap. Als tweedejaars roeier! Kom daar vandaag de dag maar om. En het was geen mazzel. We roeiden goeie tijden. Ze konden niet om ons heen. Het jaar daarop waren de Olympische Spelen. De trainingen werden geïntensiveerd. Tien keer per week. Overdag studeren en ‘s avonds lekker naar buiten. Op het water. Wij beten ons daarin vast. Onze coach verdiepte zich in hoe de Oost-Duitsers roeiden. Zo moesten wij dat ook doen. Wij trainden keihard.” München De Olympische Spelen van 1972 staat in het geheugen van Offens gegrift. Het hoogtepunt uit zijn sportieve carrière was ook een zwarte bladzijde in de geschiedenis, met de gijzeling van het Israëlisch Olympisch team. ,,Als er nu een traumahelikopter overvliegt ben ik meteen weer in München”, vertelt Offens. De Olympische Spelen van München moesten een feest worden. De Duitsers wilden afrekenen met het verleden, met de Spelen van 1936 in Berlijn die vooral in het teken van de nationaalsocialistische ideologie van Hitler stond. ,,Er was muziek, theater, en alles stond in het teken van vredelievendheid. Er was wel politie aanwezig, in burger, niet zichtbaar. Het Olympisch Dorp veranderde na de gijzeling van het ene op het andere moment van een feestelijke omgeving naar een militaire vesting met allemaal pantservoertuigen, politie en militairen." ,,Het sprookje van broederschap en alle neuzen dezelfde kant op was in één klap over en uit. De grote vraag was of we zouden vertrekken. We hebben daar met de roeiers uitgebreid over gesproken. Ik zat ook in dubio. Eén wilde naar huis, anderen wilden toch blijven. De organisatie besloot dat ‘the games must go on’. Wij besloten ook te blijven en mee te doen. Ik heb zelf geen angstige momenten gehad, maar het houdt je wel bezig. Nu nog, met alle aanslagen en terroristische acties vandaag. Elke keer ben ik weer in München. Wat ik er van geleerd heb zouden terroristen ook hebben moeten leren. Je lost de problematiek niet op. Vandaag, vierenveertig jaar later is de Palestijnse problematiek nog niet veranderd. Er gaan mensen dood, maar het lost niets op.” Medaille ,,Wij zijn uiteindelijk negende geworden. We waren gedesillusioneerd dat we de finale niet haalden op tweehonderdste van een seconde. Wat mij altijd dwars heeft gezeten is dat er geen enkele dopingcontrole was. De landen achter het ijzeren gordijn hadden wel een goede sportopleiding hoor, en goede medische begeleiding, maar ze hadden ook doping. Dat is later ook wel toegeven.” Toch overheerst het gevoel van trots concludeert Offens: ,,Ik was derdejaars roeier. In drie jaar van nul naar de Olympische Spelen. Met nationale records en tijden waar menig ‘acht’ vandaag nog voor zou tekenen. In houten boten, en met houten riemen. Wij waren maar een zooitje samen geraapte studenten. We hadden trainingskleren uit een legerdump. ‘Da haben wie die Zigeuner aus Holland’ werd ons wel nageroepen. We kregen wel een trainingspak en een oranje shirt, voor in de boot. Er stond niet eens Nederland op. Dat hebben we er zelf nog opgenaaid, met wit spul. In het pakket zat wel een Nederlands embleem. Die heb ik op een blauwe blazer genaaid. Je wilde toch laten zien dat je voor het Nederlands Olympisch Team uitkwam. Wel kregen we allemaal een medaille voor deelname. Die staat nog op de schoorsteenmantel. Daar ben ik trots op.” Maurice Vos Foto Maurice Vos

Auteur

Albert-Jan Garama