“De angst”

Assen

 Darlington en Prosper Isaacs. Op veertien en elfjarige leeftijd gevlucht uit Sierra Leone. Nu, vijftien jaar later worden ze uitgezet.

Geïnteresseerd kijkt Darlington Isaacs naar mijn fotocamera als het interview ten einde is. “Is dat een mark 2 of een mark 3?” vraagt hij. Spontaan begint hij te vertellen hoe hij naast zijn masterstudie Communicatie en Informatiewetenschap aan de Universiteit Groningen zich ook heeft verdiept in foto en film. Even een luchtiger gespreksonderwerp nadat we net een uur gesproken hebben over de dreigende uitzetting van Darlington en zijn broer Prosper, over Sierra Leone, maar vooral over Nederland. Nederland ving de broertjes Isaacs op toen ze als elf- en viertienjarige jochies uit Sierra Leone waren gevlucht. Door een kennis van de familie op de boot gezet. In hun geboorteland heerste een burgeroorlog. Hun moeder werd voor hun ogen vermoord. Hun vader wachtte eenzelfde lot, vluchtte, en is sindsdien spoorloos. Nederland heeft de broers de afgelopen vijftien jaar niet alleen onderdak gegeven, gevoed en gekleed, maar ook opgeleid. Op zijn profielfoto op Facebook showt Darlington trots zijn masterdiploma. Broer Prosper heeft inmiddels zijn bachelor Civiele Techniek gehaald. De studies zijn afgerond, tijd om aan het werk te gaan. Darlington kan met zijn master zo bij Capgemini aan het werk. Hij heeft de aanstellingsbrief bij zich, maar zonder verblijfsvergunning mag hij niet werken. Nederland is ook het land dat de broers na vijftien jaar wil uitzetten. Een week voor kerst ontvangen de broers de boodschap: Binnen 28 dagen moeten ze het land verlaten. “Ik was helemaal verbaasd,” vertelt Darlington Isaacs, “Ik werd er somber van, kon bijna niet meer eten en trok me terug. Ik wist niet meer wat nu nog te doen.” Prosper vult aan: “Ik kan niet geloven dat het zo is. Het doet pijn.” “Wij praten niet negatief over Nederland, maar over de IND”, zegt Darlington, “De IND beschouwt ons als een nummer, maar wij zijn wel mensen. Wij zijn jongeren die een eigen leven willen hebben.” Prosper vult aan: “Wij hebben geen slecht gevoel over Nederland. Nederland is ons thuis. Tijdens het WK voetbal waren wij ook voor Oranje. Wij zijn hier opgegroeid en naar school gegaan. Wij zijn volledig geïntegreerd. Wij voelen ons Nederlanders.” De broers vroegen asiel aan in november 2001. Een paar maanden eerder en ze hadden in 2007 gebruik kunnen maken van het generaal pardon. Ook voor het kinderpardon in 2012 kwamen de heren niet in aanmerking. “Omdat ik ouder dan 21 was”, vertelt Prosper. Nu dreigt uitzetting. Op de vraag naar hun herinneringen aan Sierra Leone blijft het stil. Uiteindelijk zegt Darlington: “De angst.” Prosper heeft amper herinneringen aan zijn geboorteland: “Alleen de slechte dingen.” De dreigende terugkeer roept die slechte herinneringen weer op. “Wij zijn daar heel lang weg. Wij hebben geen enkele band meer met het land”, zegt Darlington. Zijn broer bevestigt: “Wij voelen ons niet meer Sierra Leoner. Alles wat ik nu weet is Nederland. Ik heb geen idee hoe het is daar. Kan me ook niet zoveel schelen. Ik wil gewoon Nederlander zijn.” Prosper: “Ik vind het moeilijk om toekomst te zien. Ik leef met heel veel onzekerheid.” Hij zucht diep. “Ik hoop dat wij in Nederland mogen blijven. Ik kan veel meer in Nederland doen. Bouwen met wat ik geleerd heb van jongs af aan. Wij zijn ook nooit weggeweest uit Nederland. Nederland is ons thuis.” Darlington: “Maar het lijkt of wij geen recht op bestaan hebben. Wij kunnen geen eigen familie beginnen. Wij mogen niet trouwen, geen kinderen krijgen. Dat is deprimerend. Ik voel me soms boos en waardeloos.” Prosper: “Ik wil wat voor Nederland betekenen. Ik wil mijn support laten zien, dat ik veel meer kan betekenen dan ze misschien denken. Wij willen mensen zijn die een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Ik wil niet de illegaliteit in. Ik voel me niet illegaal. Ik voel me Nederlander.” Darlington geeft aan dat ze wel vaak hopeloos zijn geweest: “Het is niet zo dat we zo krachtig zijn dat we altijd hoop hebben, maar er zijn altijd mensen geweest die ons hoop geven. Er is ook geen andere keus. Hoop is de enige optie. Er is altijd hoop.” Vragend kijkt hij mij aan: “Zo kan het toch niet doorgaan?” Tekst en foto Maurice Vos

Auteur

Cindy Houwen